maandag 26 maart 2012

Vanmorgen stond ik om 5:00 uur op. Veertig minuten later trok ik de deur achter me dicht en wandelde naar het station. De vorige dag was de zomertijd ingegaan en het was dus nog helemaal donker toen ik van huis vertrok. Tijdens de wandeling door het stille Kapelle werden de vogels langzaam maar zeker wakker en hoorde ik steeds meer gefluit in de kastanjebomen aan de Van der Biltlaan.

Ik was ruim op tijd en moest nog een poosje wachten voordat de trein kwam. Ik ontdekte dat heel wat mensen uit Kapelle en omgeving gebruik maken van deze eerste trein richting Roosendaal.

NS station Kapelle-Biezelinge, wachten op de eerste trein naar Schiphol

De trein arriveerde op tijd, ik stapte in en zocht Karel op die vijf minuten eerder uit Goes vertrokken was. De trein begon te rijden en we waren nog maar nauwelijks onderweg toen een collega mij belde om zich ziek te melden. Ik kon dus meteen aan het werk om het dagrooster aan te passen en studenten in te lichten dat ze nog een paar uur thuis konden blijven.

Daarna zagen we hoe het licht werd, terwijl we via Roosendaal, Rotterdam en Den Haag naar Leiden reden. Daar stapten we over op een trein die ons op Schiphol zou brengen, waar we ruim op tijd arriveerden. Buiten was het mooi weer, een heldere lucht met boven de velden hier en daar wat mistflarden.

Op de website van EasyJet had ik onze instapkaarten al uitgeprint. We hoefden dus niet in te checken en konden meteen doorlopen naar de douane, die ons liet passeren, waarna we op zoek gingen naar de gate waar we zouden vertrekken. We ontdekten dat we van pier H zouden vertrekken, maar dat het gatenummer pas bekendgemaakt zou worden vlak voor de vlucht zou vertrekken. Tijd voor een kop koffie en iets te eten. We zaten vlak voor het raam, met uitzicht op vliegtuigen en de bedrijvigheid eromheen.

Schiphol, wachten op onze vlucht

Het duurde nog vrij lang voordat het gatenummer werd gepubliceerd. We hingen wat rond in de vertrekhal en concludeerden dat we wel een uur later uit Zeeland hadden kunnen vertrekken. Eindelijk verscheen het nummer van de gate op de borden en liepen we naar pier H.

Na de veiligheidscontrole, die we zonder oponthoud of fouillering konden passeren, ontdekten we waarom men de passagiers pas op het laatste moment naar pier H liet gaan. Er was daar vrijwel geen ruimte om te wachten. Voorzieningen als horeca etc. ontbraken geheel. Dit was duidelijk de lowcostpier van Schiphol.

Schiphol, pier H, de thuishaven van de low cost carriers

We liepen de trap af naar de uitgang van de pier, werden nog een keer gecontroleerd om te checken of we werkelijk naar Edinburgh mochten en wachtten tot de deuren naar het platform opengezet zouden worden. Toen het zover was liepen wij het platform op en kozen voor de voorste ingang van de Airbus 319. EasyJet liet de passagiers door twee deuren instappen. Daardoor verliep het boarden vlot. Er waren geen stoelnummers uitgedeeld zodat iedereen zijn eigen plekje zocht, wat het instappen ook versnelde.

Precies op tijd werden we achteruit geduwd en begonnen we aan de lange rit naar Polderbaan, terwijl ondertussen de veiligheidsinstructies werden gegeven. We konden spoedig opstijgen, waarna Nederland snel achter en onder ons wegzakte in de nevel. We klommen naar 11 kilometer hoogte, staken de Noordzee over en vlogen toen enige tijd evenwijdig aan de Engelse kust naar het noorden.

Na bijna drie kwartier zetten we de daling alweer in. We moesten een paar rondjes boven het Schotse landschap maken omdat men op Edinburgh Airport problemen had met de apparatuur, waardoor men grotere afstanden dan normaal tussen de aankomende vliegtuigen liet. Daarna vlogen we vanuit het oosten over de Firth of Forth en de havens van Edinburgh naar het vliegveld, waar we netjes aan de grond werden gezet. We stapten uit op het platform, ook weer via twee deuren en liepen naar de paspoortcontrole. Daarna volgde nog een bagagecontrole, maar die beambten lieten ons ongehinderd passeren.

Uitstappen op Edinburgh Airport

We liepen naar het gebouw waarin de autoverhuurders gehuisvest zijn. Het begon al lekker warm te worden en we bedachten dat we onze jassen de rest van de dag waarschijnlijk niet meer nodig zouden hebben. De balie van Budget was gesloten, een bordje verwees ons naar Avis, die de uitgifte van de auto keurig verzorgde. Zoals gewoonlijk moest er heel wat geadministreerd worden voordat we de sleutels meekregen, maar uiteindelijk konden we dan toch naar buiten om een bijna nieuwe Peugeot 207 op te zoeken.

We installeerden de Tomtom en kozen een route naar het centrum die ik vooraf geprogrammeerd had met het geweldig handige programmaatje Tyre to Travel. Het linksrijden was ik gauw gewend en het verkeersbeeld in Edinburgh tegen de middag was niet onrustbarend druk, zodat we lekker relaxed door konden rijden en ons opnieuw verbaasden over de menigte schoorstenen die in het Verenigd Koninkrijk op de daken te zien was.

Toen we het centrum bereikten, bleek dat men in Edinburgh grootschalige werkzaamheden uitvoerde die te maken hadden met de aanleg van een tramverbinding tussen het vliegveld en het centrum. Daardoor moesten we enkele malen keren, omdat Tomtom ons afgesloten straten in stuurde. Met gezond verstand en een portie doorzettingsvermogen omzeilden we de wegwerkzaamheden en bereikten we een parkeergarage vlakbij het kasteel van Edinburgh.

Johnston Terrace

We liepen de garage uit en wandelden Castle Hill op in de richting van de Royal Mile. Het was inmiddels tijd om te lunchen, daarom zochten we een broodjeszaak op en kochten daar een lunch. Vervolgens liepen we terug naar Castle Terrace, vanwaar we een geweldig uitzicht over New Town hadden.

Uitzicht op Edinburgh New Town

We liepen het kasteel in en kochten kaartjes voor een bezoek. Het kasteel bleek een behoorlijk complex te zijn dat verschillende oudere en nieuwere en gebouwen omvatte. In diverse gebouwen zijn expositie ingericht rond militaire thema’s. Hier bleek maar weer eens dat Britten hechten aan decorum en tradities. De exposities puilden uit van uniformen, onderscheidingen en medailles, siersabels, geweren pistolen etc. etc. Daarbij werd de geschiedenis van het betreffende regiment of onderdeel minutieus verteld op een manier die je in Nederland nergens tegenkomt.

Edinburgh Castle

Hoe hoger we in het kasteel kwamen, hoe ouder de bebouwing en de exposities waren. Niet alles was te bezichtigen. Nogal wat gebouwen waren gesloten, mogelijk in verband met de tijd van het jaar, maar ook wegens restauratiewerkzaamheden. Het oudste deel van het slot bleek een binnenplaats te zijn, waaromheen een aantal gebouwen staat. Een ervan is de Great Hall, een ridderzaal met een verzameling grote en kleinere zwaarden, die open en bloot langs de wanden uitgestald waren.

Edinburgh Castle

Edinburgh Castle, Great Hall

In een ander gebouw aan de binnenplaats werden de Schotse kroonjuwelen tentoongesteld. In een duistere ruimte achter dikke kluisdeuren lagen een prachtige kroon, een scepter en enkele andere benodigdheden voor een vorst uitgestald. Nadat we de verschillende exposities bekeken hadden, liepen we terug naar beneden en keken over een van de borstweringen uit over Castle Terrace en het begin van The Royal Mile, die we daarna een stukje afliepen.

St. Giles Cathedral

We liepen The Royal Mile af, langs St. Giles Cathedral, die we eerder deze middag even bezochten. In deze kathedraal staat een standbeeld van John Knox, de hervormer van Schotland. De kathedraal is niet Anglicaans, maar behoort aan de Church of Scotland. Op het bordje naast de ingang zagen we dat er zondags vijf diensten worden gehouden.

Langs The Royal Mile stond een doedelzakblazer, bagpiper, te blazen met de bedoeling wat geld te verdienen. Deze man kon zich verheugen in de belangstelling van de toeristen, die daarnaast gelokt werden door veel winkeltjes waar cashmier en tweed verkocht werd.

We sloegen linksaf Cockburn Street in en daalden af naar Waverly Station waar we dwars doorheen liepen om aan de overkant op Princes Street uit komen. Hier begonnen we aan een wandeling door de New Town. Dit gedeelte van Edinburgh werd in de 18e eeuw volgens nauwkeurige plannen als stadsuitbreiding gerealiseerd. De stijl van de gebouwen was zeer homogeen en het stratenplan bleek keurig rechthoekig. Daardoor ontstaan kruisingen met rechte zichtlijnen. Op vrijwel elke kruising in New Town staat wel een standbeeld, net als in de rest van Edinburgh overigens.

We liepen door Rose Street naar het westen en staken vervolgens over naar de parkeergarage, die vlak onder het kasteel ligt. In Princes Street Park lagen overal mensen te zonnen. Een merkwaardig gezicht, tussen bloeiende narcissen en vroegbloeiende bomen als de prunus.

Edinburgh Princes Street Park

We betaalden voor onze parkeerplaats. Deze garage gaf een plastic munt uit bij het binnenrijden, waarin een chipje zat dat bijhield hoe lang we parkeerden. Daarna verlieten we de garage en reden volgens de orders van Tomtom naar Leith, de Edinburghse wijk die vlak aan de haven ligt. Aan Leith Links Park, een groot grasveld met wat bomen, waar volgens de overlevering de regels voor het golfspel zijn ontstaan, vonden we Culane House Hotel. In dit hotel (eigenlijk guesthouse, want men serveert er geen diner) had ik onderdak besproken. We werden zeer gastvrij en hartelijk ontvangen en installeerden ons. De eenpersoonskamers bleken vrij krap te zijn, maar wel van alle gemakken voorzien. Voor enkele nachten zou de beperkte ruimte geen probleem opleveren, vermoedden we.

Edinburgh Leith, Culane House Hotel

Leith Links Park

We reden terug naar het centrum, nadat we eerst naar de havens waren gereden om te kijken of daar misschien een restaurant was. We zagen daar een fraai winkelcentrum Ocean Terminal, maar gingen er niet in en besloten naar Grassmarket te rijden, waar we vanmiddag al gezien hadden dat daar gelegenheid genoeg was om te eten. Deze markt ligt aan de voet van Edinburgh Castle, een brede strook is autovrij en er zijn veel pubs, restaurantjes en winkeltjes. Op deze voorjaarsavond zaten veel mensen buiten te eten en te drinken. Wij streken uiteindelijk neer in Maggie Dickson’s waar ze, net als in bijna alle andere pubs, een eenvoudige doch voedzame en lekkere maaltijd serveerden. De wachttijden in dat soort gelegenheden zijn kort en de prijzen zeer billijk.

Na onze maaltijd reden we in de richting van Musselburgh, waar onze student in de kost was. We pikten haar op op de afgesproken plaats en reden naar het huis waar ze tijdens haar stage woonde. We kregen thee met gebak en spraken over allerlei zaken die met het onderwijs te maken hebben. De christelijke school waar onze student stage loopt wordt geheel betaald door ouders en donateurs. De overheid draagt hieraan niets bij. Ook voor eigen voorzieningen voor gehandicapten moeten mensen zelf betalen. Na een genoeglijke avond namen we afscheid, reden terug naar Leith en gingen niet al te laat slapen. Het was een lange dag, met veel indrukken.

Voor meer foto’s van deze reis, klik hier

terug naar bovenvolgende

Reacties zijn gesloten.