donderdag 25 juli 2013

Vannacht sliep ik uitstekend in het motel en ook het ontbijt was goed. Bij dit motel waren er enkele medewerkers die zich bemoeiden met het bakken van wafels en het opruimen van leeg fust en gebruikt bestek. Mijn wafel werd keurig gebakken en smaakte prima. Ik pakte in, checkte uit en reed het kleine stukje naar het visitors center van Zion National Park. In de zomermaanden mag je niet zelf met de auto de scenic drive rijden, je bent verplicht om de shuttlebus te nemen, behalve als je een vergunning hebt.

Zion National Park, halte van de shuttlebus bij Temple of Sinawava

Dat systeem bleek prima te werken. De vallei was daardoor erg rustig en de bussen reden frequent en accuraat. Ze reden steeds in een samenstelling met een voorwagen en een aanhanger. Alle dakluiken stonden open zodat de rijwind vrijelijk naar binnen kon waaien. Ik reed mee tot het eindpunt van de scenic drive, de temple van Sinawava. Daar begon ik aan de wandeling langs de rivier. De rivier zag er tamelijk bruin uit en er stroomde aardig wat water doorheen. Dat kwam door de regenbuien van de laatste dagen. Het regenwater stroomt via washes naar de rivieren toe en neemt veel slib mee. Daardoor was de rivier donkergekleurd. Ook hier stonden overal borden met waarschuwingen voor flash floods, onverwachte stijgingen van rivieren en kreken door onweersbuien.

Zion National Park

Het pad was goed aangelegd en gold als rolstoeltoegankelijk. Maar daarvoor was dan wel een krachtige duwer vereist, want het pad ging behoorlijk op en neer. Aan het eind van het verharde pad kon je nog verder, maar dan moest je eerste de rivier doorlopen en daar koos ik niet voor. Velen deden dat wel en liepen dus nog verder de Canyon in, tot bij de Narrows. De kloof was steil en op dit punt ook behoorlijk smal. Op verschillende plekken waren de wanden van de kloof nat en daar groeiden dan ook volop planten tegen de bergwand op, of ze hingen er vanaf.

Zion National Park, de oversteekplaats om bij Narrows te komen

Ik liep op gemak terug naar de parkeerplaats van de bus en stapte in. Bij de eerstvolgende halte, Big Bend, stapte ik weer uit en keek even rond. Vanaf deze stop kon ik de wandelaars op Angel’s Landing, een markante klif in de Canyon, duidelijk zien. Deze toch is behoorlijk zwaar, steil en beslist niet voor mensen met hoogtevrees. Het uitzicht schijnt fantastisch te zijn, maar dat kan ik dus niet bevestigen. Ook andere bergen zoals The Organ en The White Throne zijn goed zichtbaar vanaf de halte Big Bend.

Zion National Park

Ik stapte weer in en op de volgende halte, Weeping Rock, stapte ik weer uit. Hier liep ik de korte maar steile wandeling naar Weeping Rock. Dat is een stuk bergwand waar heel veel water uit komt sijpelen, zodanig dat het konstant druipt als een lichte regen. Het water wordt boven op het plateu opgevangen door het gesteente, zakt naar beneden tot het op een niet doorlatende laag stuit en zoekt dan zijn weg horizontaal naar buiten. De bergwand onder de bron was uitgesleten zodat er een soort overkapping was ontstaan. Op deze plaats groeiden veel planten en mossen.

Zion National Park, Weeping Rock (de foto is NIET ondersteboven geplaatst)

Het was zachtjesaan tijd voor de lunch, dus liep ik weer naar de bus en sloeg dit keer een halte over om bij Zion Lodge uit te stappen. Hier staan een hotel, restaurant, café en souvenirshop.
Ik lunchte in het restaurant met soep en een halve sandwich. Daarna liep ik even door het winkeltje en zocht toen de bus weer op. Ik reed een halte verder de canyon in, omdat ik die net had overgeslagen. Ik stapte dus uit bij Grotto en liep daarna terug naar de Lodge.

Zion National Park, Canyon met de shuttle bus

Dat was een loopje van 20 minuten over een pad dat op enige afstand langs de weg liep. Achter in het dal hingen donkere wolken boven de bergen en ook rommelde het af en toe. Op de plaats waar ik liep scheen de zon warm en uitbundig. Vanaf het pad had ik zicht op de bergen rondom en op de vele populieren die langs de rivier groeiden. Deze bomen noemt men cottonwood trees. Net als in Nederland worden ze niet oud. In de bus werd vanochtend verteld dat de meesten aan het eind van hun leven gekomen zijn en nu vrijwel tegelijkertijd doodgaan.

Zion National Park, dode cottonwood trees

Toen ik terug was bij de Lodge besloot ik door te lopen naar Lower Emerald Pool, een wandeling aan de ander kant van de rivier die me naar een meertje zou brengen. Dit meer bleek te liggen op een plek vergelijkbaar met Weeping Rock. Druipend water uit de rotsen, aangevuld met een waterval, na de winter en na regenval vormde beneden een meertje, waar waterplant groeiden en ook kikkers zouden moeten leven. Ik heb ze niet gehoord of gezien, maar de omgeving leek er wel ideaal voor. Het was een mooie plek, met ook weer zo’n soort alkoof, volop druipend water en planten die op allerlei manieren op en tegen de bergwand groeiden.

Toen ik weer terug was bij de Lodge spetterde het even een beetje, maar dat mocht geen naam hebben en algauw scheen de zon weer. Ik vulde mijn waterflessen bij en dronk ze op gemak leeg, waarna ik in de bus stapte en me de Canyon uit liet rijden. Ik stapte nog uit bij de halte Court of Patriarchs, waar een uitzichtpunt is op drie grijze bergen die de namen Abraham, Isaac en Jacob dragen, Deze namen, net als die van de andere bergtoppen zijn bedacht door Mormonen, die de bruine top voor de patriarchen daarom maar de naam Moroni hebben gegeven.

Zion National Park, Court of the Patriarchs

Daarna reed ik met de bus terug naar het visitors center, waar ik nog even binnen keek en toen mijn auto opzocht. Die was behoorlijk warm geworden ondanks het feit dat ik hem onder de bomen had geparkeerd. De zon bleek net tussen twee bomen door op het dak van de auto te hebben geschenen. Ik startte en liet de airco een poosje werken voordat ik instapte en wegreed. Ik ging nogmaals de weg naar de tunnel op en stopte aan de andere kant van de tunnel diverse keren om het merkwaardige landschap te fotograferen.

Zion National Park

Zion National Park

Daarna reed ik over Rt 9 verder tot ik op het kruispunt Mt Carmel Junction kwam. Daar meldde ik me bij Best Western die mijn reservering hadden ontvangen en mij kamer 120 gaven. Bij dit motel hoorde een restaurant waar ik die avond een lekkere steak at.

De weg van Zion National Park naar Mount Carmel Junction

Bijzonder fraaie dag. Afgelegde afstand 26 mijl

Voor meer foto’s van deze vakantie klik hier (deel 1) of hier (deel 2) of hier (deel 3)

vorigeterug naar bovenvolgende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.