Van Ulverston naar Holker
Vannacht sliepen we heerlijk in het comfortabele huisje aan The Gill in Ulverston. Er was kermis op het plein voor het huis, die met behoorlijk wat herrie gepaard ging, maar om 21:00 uur beëindigd werd. Daarvan hadden we dus totaal geen last. Voordat we naar Holker Hall and Gardens zouden vertrekken, maakten we eerst voor onszelf een ontbijt klaar.
We hoefden ons niet te haasten omdat we niet ver hoefden te rijden. We deden het rustig aan en verzorgden de was en werkten wat aan de verslagen van de afgelopen dagen. Na een bakje koffie gingen we op pad. We reden Ulverston uit en volgden de weg tot de afslag naar Haverthwaite. Na een aantal mijlen op een weg onderaan de heuvels gereden te hebben bereikten we Holker Hall and Gardens, dat precies tegenover Ulverston aan de andere kant van de monding van de Leven ligt.
Holker Hall
We parkeerden de auto op het ruime parkeerterrein en gingen naar de kiosk waar een vriendelijke dame ons tickets verkocht voor het huis en de tuinen. We gingen eerst het enorme huis bekijken. Het deel van Holker Hall dat toegankelijk is voor het publiek is in de negentiende eeuw na een brand herbouwd in Victoriaanse stijl.
Binnen werden we verwelkomd door een van de vrijwilligers die een oogje in het zeil hield en eventuele vragen beantwoordde. Ze vertelde iets over het gebouw en dat de familie nog steeds in het huis woont, maar dan in het oudere deel dat veel groter is dan het toegankelijke deel. Het Victoriaanse deel wordt af en toe nog gebruikt en is dus meer dan een museum. We werden uitgenodigd om overal rond te kijken, niet gehinderd door touwen of hekjes.
We liepen door de verschillende kamers heen die allemaal stijlvol waren aangekleed en ingericht. We zagen de eetkamer, zit- slaapkamers en een grote hal die in het verleden voor verschillende doelen was gebruikt. Verder was er een enorme kamer waar een grote pooltafel stond.
Er waren meer bezoekers in het huis, maar het was er toch zo rustig dat we alles op gemak konden bekijken. Door de afwezigheid van touwen en hekjes en de vriendelijke opstelling van de suppoosten voelde het niet alsof we door een kostbare tentoonstelling liepen. We kregen inderdaad de indruk dat we rond wandelden in het huis van mensen die er zelf even niet waren.
Lunch in het café
We bestelden een lunch in het café dat bij het kasteel hoort. Het was vandaag weer schitterend weer en we konden onze lunch op het terras in een warm zonnetje opeten. De kwaliteit van de lunch was uitstekend en de bediening was ook hier uitermate vriendelijk en voorkomend.
Op het terras was het druk met etende en drinkende mensen. Dit huis en de tuinen zijn een bekende en geliefde bestemming in deze omgeving. Er was dan ook het nodige te zien, waardoor je gemakkelijk meer dan een halve dag op het terrein zou kunnen doorbrengen.
Wandeling door de tuinen
Na de lunch liepen we de tuinen van Holker Hall in. Rondom het huis troffen we enkele zogenoemde formal gardens aan: Keurig geometrisch aangelegde tuinen, met een beplantingsplan volgens het boekje. Alles netjes onderhouden met gemaaide gazons en strakgeschoren hagen.
In de formal gardens waren veel taxusbomen en struiken te zien die in allerlei vormen waren gesnoeid. Deze stijl van tuinieren wordt topiary genoemd en is in veel tuinen bij landhuizen en kastelen te vinden, maar ook in voortuintjes van Engelsen in een woonwijk kun je deze kunstvorm tegenkomen.
Buiten de formal gardens
Nadat we de formal gardens hadden gezien gingen we de rest van het landgoed verkennen, voor zover dat mogelijk was in een halve middag. In de minder formele tuinen was genoeg moois te zien. We zagen uitgestrekte vlaktes met stinzenplanten als daslook, boshyacinten, narcissen en andere verwilderende voorjaarsbloeiers. Daarnaast stonden er talloze rhododendrons te bloeien waaronder enkele die reusachtig uitgegroeid waren en zo groot waren als een klein huis.
Verder zagen we magnolia’s in diverse groottes en kleuren en veel oude bomen, waaronder een linde van ca. 400 jaar oud en diverse prachtige eiken die minstens 10 meter hoog waren. Sommige oude bomen zagen er deerlijk gehavend uit. Kennelijk heeft het onlangs flink gestormd in dit deel van Engeland. Ook in het Lake District hadden we veel omgewaaide en beschadigde bomen gezien.
De Cascade en het zomerhuis
Een andere blikvanger was de cascade, een fraai aangelegde waterpartij op een van de hellingen in het park. Bovenaan stond een standbeeld van Neptunus, onderaan spoot het water in een fontein omhoog.
Nadat we een poosje door het parkachtige landschap hadden rondgelopen kwamen we opeens bij een meer formeel gedeelte aan. Een halfronde tuin, omsloten door een heg, waarbinnen een klein huisje gebouwd was dat het zomerhuis werd genoemd. Verschillende bezoekers zaten daar op de bankjes van het prachtige lenteweer te genieten.
Terug naar Ulverston
Nadat we genoeg gezien hadden liepen we even binnen bij het winkeltje, waar snuisterijen en benodigdheden voor in de tuin te koop waren. Na een kop koffie gingen we terug naar de auto en reden naar Ulverston.
Bij Booths supermarkt deden we boodschappen voor de zondag, waarna we het huisje aan The Gill weer opzochten. We gingen daarna op zoek naar een pub waar we zouden kunnen eten. De wandeling bracht ons bij het standbeeld van Laurel & Hardy, dat in Ulverston is te zien. Stan Laurel werd in deze stad geboren, en daar zijn ze trots op.
Vanavond aten we een heerlijke maaltijd bij The Mill at Ulverston, waar het bijzonder druk was op deze zaterdagavond. Daardoor moesten we wel even wachten op ons eten, maar de kwaliteit was prima.
We liepen terug naar The Gill Garth en keken terug op een prachtige dag!



