Ontbijt in The Green Dragon Inn
Vandaag wilden we wandelen bij Askrigg en daarna naar Ripon rijden om de Evensong bij te wonen. Na een goede nachtrust in het prima bed in de wat krappe kamer van de Inn gingen we naar beneden om te ontbijten in de pub. Het was daar bijzonder druk. De inn beschikt over een flink aantal slaapkamers, die wellicht allemaal bezet waren. Het aantal tafeltjes in de pub was maar net toereikend om iedereen van een zitplaats te voorzien.
We kregen een plaatsje aan een tafel bij het haardvuur, dat ook vanmorgen lustig brandde en ondanks de drukte kregen we binnen korte tijd een prima ontbijt geserveerd. Nadat we dit met smaak opgegeten hadden gingen we terug naar de kamer om onze spullen in te pakken voor het vertrek naar Askrigg.
Via Hawes naar Askrigg
We vertrokken langs dezelfde weg waarover we gisteren gekomen waren omdat we de markt in Hawes wilden zien. Elke dinsdag is daar een (bescheiden) markt van lokale handelaren in allerlei producten. We parkeerden bij de Creamery en liepen door het weiland naar het dorp.
De markt werd gehouden op de Market Place, waar normaal auto’s geparkeerd staan. Er stonden niet veel kramen. Wel was duidelijk dat diverse kooplui regionale producten verkochten: schapenwol, schoeisel waar wol en (schapen)leer is was verwerkt. Maar we zagen ook aardbeien uit Hoogstraten en andere koopwaar die beslist van buiten de Dales kwam.
Nadat we ook even in de overdekte markt hadden gekeken, liepen we terug naar de auto en begonnen aan het korte ritje naar Askrigg. We kwamen in het dorp en parkeerden vlakbij het marktkruis, tegenover Skeldale House, dat bekend is uit de serie “All creatures great and small”, de verfilming van de verhalen van James Herriot, die in dit gebied als veearts heeft gewerkt.
Wandeling langs de Whitfield Gill naar de watervallen bij Askrigg
We trokken de wandelschoenen aan en liepen langs St Oswald’s Church in de richting van Whitfield Gill, de beek die in dit deel van Askrigg naar beneden stroomt. We liepen Mill Lane uit en daarna door het veld naar de voormalige zaagmolen aan de rand van het dorp vlakbij de beek die voor de benodigde waterkracht zorgde.
We gingen door het hek bij de zaagmolen en kwamen in het dal van Whitfield Gill. Daar begonnen we aan de klim naar de watervallen. We konden niet de hele tijd bij het water lopen. Op sommige plaatsen ging het pad aan de andere kant van de muur verder en liepen we door de velden. We zagen de kenmerkende landschapselementen die dit deel van Engeland typeren: brede valleien met glooiende heuvels die voor een deel in cultuur gebracht zijn. En overal de muurtjes van gestapelde stenen, met grazende schapen en hier en daar een schuur.
Mill Gill Force en Whitfield Lower Falls
Na een korte wandeling over een gelijkmatig stijgend pad zagen we Mill Gill Force voor ons beneden in de beek. Een zijpaadje leidde naar de waterval, die in twee delen rustig over de stenen drempels naar beneden stortte.
We liepen verder omhoog omdat er volgens de kaarten en de beschrijvingen nog twee watervallen te zien zouden zijn in deze beek. Het was niet druk op het pad, maar we liepen ook niet helemaal alleen. Af en toe zagen we een groepje wandelaars die in ditzelfde beekdal een wandeling maakten.
We klommen door het bos en af en toe een stukje door het veld tot we Whitfield Lower Falls bereikten. Ook deze waterval was toegankelijk gemaakt door zijpad, dat naar de waterval leidde en via een bruggetje aan de andere kant van de beek omhoog. We liepen naar de waterval toe, tussen het bloeiende daslook door, dat een uiige lucht verspreidde in het vochtige bos.
We klommen verder tot het einde van het pad, maar kregen de hoogstgelegen waterval met de naam Whitfield Gill Force niet goed in beeld. Onder ons zagen we een pad dat misschien dichterbij de waterval uit zou komen, maar dat zag er zo modderig en glad uit, met omgevallen bomen eroverheen, dat we daarvan af zagen en begonnen aan de terugweg.
Het pad naar het dorp dat we wilden lopen was aan de andere kant van de beek. Nadat we geprobeerd hadden het water op een ondiepe plaats over te steken werden we door een boer gewezen op de brug over de beek die een stuk lager lag. We liepen dus een eindje terug en staken de beek over, precies onder zijn boerderij die zich aan het eind van Low Straights Lane bevond.
Door de velden terug naar Askrigg
Het was even zoeken en puzzelen om het pad te vinden dat ons terug naar het dorp zou brengen. Na wat geharrewar en een klauterpartij over enkele hekken en resten van muurtjes kwamen we op de goede weg terecht. Toen we achterom keken, zagen we de kenmerkende boerderij liggen, alsof de tijd er tientallen jaren had stilgestaan.
We zagen Mill Dam, het stuwmeertje dat vroeger gebruikt werd om waterkracht te leveren aan de zaagmolen, waarna we de molen zelf al snel bereikten en door het Meadow Field terugliepen naar de auto.
Afstand: 4,4 km
Stijgen: 111 m
Dalen: 112 m
Lunch in de King’s Arms
Nadat we van schoeisel hadden gewisseld liepen we naar King’s Arms Hotel, waar we lunchten in de ruime bar. Deze pub komt voor in de verfilming van de boeken van James Herriot als de Drover’s Arms. Dat ze daar nog trots op zijn was duidelijk te zien. Overal hingen foto’s die tijdens opnames voor films waren gemaakt.
Na de lunch liepen we terug naar de auto, die vlakbij St Oswald’s Church stond geparkeerd. We maakten nog een laatste fotootje van deze historische kerk en vertrokken daarna voor de rit van Askrigg naar Ripon.
Opmerkelijk genoeg had de toren van deze kerk dezelfde gelige kleur als de toren van St Oswald’s in Grasmere. Het gebruik van dezelfde kleur bleek niets met de naam te maken te hebben, maar wel met een gelijksoortige behandeling tegen inwateren en rot.
Aankomst in Ripon
We reden Askrigg uit en bleven op de noordelijke weg in Wensleydale. Door de heuvels en het agrarische land reden we langs plaatsen als Newbiggin, Woodhall en Caperby naar het oosten. We kwamen langs Bolton Castle, dat grauw en indrukwekkend in het landschap lag. Leyburn zagen we niet, maar Middleham wel. Het karakteristieke dorpsplein met de steile hellingen herinnerden we ons van een vorige vakantie, toen we hier ook voorbij kwamen.
Daarna ging het via plaatsen als East Witton en Jervaulx Abbey in de richting van Ripon, waar we halverwege de middag arriveerden. We parkeerden vlakbij de kathedraal en gingen een rondje lopen door het centrum van de stad. Het viel ons op dat er op dinsdag veel zaken gesloten waren. Diverse winkels, maar ook tearooms en restaurants waren standaard op dinsdag dicht.
Na enkele winkels bekeken te hebben gingen we koffiedrinken bij Claro Lounge. We namen er een stukje carrot cake bij. Na de koffie liepen we door Kirkgate naar de kathedraal, waar we de Evensong wilden bijwonen.
Evensong in Ripon Cathedral
Vanaf de markt gezien stond de kerk laag en leken de torens maar net boven de bebouwing uit te steken. Toen we Kirkgate uitliepen en voor de façade stonden, zagen we dat de kerk groter en imponerender was dan je vanaf de markt zou denken. Opvallend was het aantal ramen in de westgevel, waardoor het avondlicht prachtig naar binnen straalt in het schip van de kathedraal.
Toen we de kerk binnenkwamen was het koor nog aan het repeteren voor de Evensong. We hadden nog even tijd om rond te kijken in het monumentale gebouw. Het koor en het schip zijn compleet van elkaar gescheiden, net als in het naburige York. In het doksaal zagen we beelden van allerlei Bijbelse figuren, daarboven stond het orgelfront, dat in Ripon echt een front is. Erachter zagen we een massa orgelpijpen staan, die op het eerste gezicht weinig relatie hadden met de indeling van het front.
Wat we tijdens de laatste momenten van de koorrepetitie hoorden, beloofde al veel moois en daarin werden we niet teleurgesteld tijdens de dienst. Het koor had prachtige en tegelijk lastige muziek ingestudeerd die met overtuiging werd gebracht, begeleid door fantastisch orgelspel op het imponerende orgel van deze kathedraal. Het Magnificat en Nunc Dimittis van Dyson (in G) klonk fantastisch.
The Boar’s Head Ripley
Na de Evensong liepen we naar de auto en reden naar The Boar’s Head, een pub in Ripley die deel uit maakte van Ripley Castle en de bijbehorende gebouwen. Daar kregen we een kamer in het bijgebouw, die van alle gemakken was voorzien en comfortabel aandeed.
Het diner aten we in de dining room van The Boar’s Head en dat was ook hier van prima kwaliteit. Daarna genoten we na van deze afwisselende dag.



